woensdag 18 september 2013

Groene vingers?

Vorig jaar had ik ineens een opstoot van het groene-vingers-virus.
Ik kocht in juni wat zaadjes
schaarde wat potten bij elkaar...
en ging aan de slag.
 

Zonder al te veel gedoe of gedenk flanste ik dat radicaal in de grond.
Ik ben geen tralala-mie, weet je nog?
 
Toen er na x-aantal tijd niet veel meer kwam gluren dan wat scheutjes,
zuchtte ik eens diep.
Want wat had ik anders verwacht?
Ik héb geen groene vingers.
 
dus ik verstond al niet goed waar ik mijn tijd in stak.
De zonnebloemen...
welja...
die konden blijkbaar toch niet zo goed tegen de zon.
Of misschien had ik ze verzopen?
Of juist niet verzopen?
Wat zal het geweest zijn.
Dat was sowieso al een verloren zaak.
Poor thingies.
 


Toen de winter er aan kwam,
zonder kloppen of aankondigen,
en over ons Belgenlandje waaide...
vergat ik de potjes binnen te zetten.
Want ahjah... wie komt er nu op zijn terras bij -10°?
 
Dus de volgende keer dat ik er aan dacht,
was bij onze verhuis.
 
Dit was wat ik toen vond.
Een pot met een hoek af?
Past bij de eigenaar van de pot,
denk ik dan.


Ik weet niet of het dat verhuizen is,
ineens een tuin met gras in (zo gaat dat meestal met tuinen),
of een oprit waar onkruid komt piepen (zo gaat dat dan met opritten),
of het zonnetje dat schijnt?
 
Maar ineens was dat groene-vingers-virus er weer.
 
Ik deed zelfs aankopen.
 
Ik pikkediefde de verstekpotjes van mijn Bumblebee-zusje,
die zo ooit ook eens gebeten was door datzelfde virus.
Tiens, het moet iets besmettelijk zijn.
 
En na wat advies van mijn papa,
die al jaren doodziek is van datzelfde virus
zonder dat hij er precies zelf last van heeft,
schoot ik in de gang.
 


 Ik verexcuseerde me bij elke por of trek,
en dat zo'n 185 keer...
ik voelde me een vreed slecht mens door die kleine lievekes zo uit hun grond te trekken,
dus ik suste en tutte tussendoor volop,
waarbij ik hen aanmoedigde om gewoon even mee te werken.
 
Jaja, lach maar.
Dat was wat ik deed.
 
En heel af en toe draaide ik me eens rond om er zeker van te zijn dat er geen buren achter mijn rug stonden te grijnzen.
Want ik besefte na een tijd wat ik deed,
en hoe stom het klonk
en toch deed ik lustig verder.
 
 
Na het 40ste exemplaar had ik een strategie om ze zo deftig mogelijk met hun wortelpootjes in het gaatje te porren,
en tegelijk de boel wat aan te duwen zonder al te veel moeite.
 
En na de 85ste voelde ik mezelf een extra verstek-queen.
 

 
Een vrij rommelige verstek-queen dan toch...
maar hey,
alle begin is moeilijk he.
 

En dan uiteindelijk...
hadden al mijn baby's een eigen kamertje.
 
En ik zou gezworen hebben dat ze kroelden van contentement.
Dus de mama van dienst rekte zich eens goed uit,
om dan met een vertederde glimlach naar haar contente kroost te kijken.
 

 
Goed dat ze geen pampertjes meer dragen,
het zou een heuse dagtaak zijn.
 

6 opmerkingen:

  1. Goed zo, elke jaar een beetje meer en beter he, is hier ook zo hoor

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Een beetje meer en een beetje groter ;-) tot heel de hof vol staat!

      Verwijderen
  2. Maar zo schattig, al die kleintjes van jou! En met zoveel liefde verzorgd!

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Herkenbaar, hier ook absoluut geen groene vingers :) Veel succes met je stekskes!

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Maar ge ziet, ook voor ons is er nog hoop ! ;-)

      Verwijderen

LinkWithin

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...